Willem Kurstjens schreef een achtdelig verhaal over het Tegelen in de Tweede Wereldoorlog. Dit aan de hand van reclameborden van het merk Persil, die de Duitse soldaten de weg door Tegelen moesten wijzen.

Heb je andere onderzoeksuggesties of op- en aanmerkingen, laat dit dan vooral weten aan Willem (willemkurstjens@gmail.com).

 

Deel 7 – door Willem Kurstjens

In de vorige aflevering hebben we stilgestaan bij de rol die de Abwehr, de Duitse spionagedienst, bij een eventuele plaatsing van Persil-reclameborden kan hebben gespeeld. Dat spoor ben ik nagegaan, maar het liep dood. Er bleek geen archiefmateriaal voorhanden.

 

PERSIL-GERUCHT IN ZEELAND

Dan meldt een oude bekende zich, Math Oehlen, de zoon van de Tegelse journalist Frans Oehlen. Hij maakt me opmerkzaam op een bericht over een Persil-gerucht in de Provinciale Zeelandse Courant van 25 april 1990. Het bericht is aan mijn aandacht ontsnapt, omdat deze krant niet in de database van Delpher zit, de historische krantensite van het Nationale Archief die ik altijd raadpleeg. Daarin staat een stukje over verdachte mannen en verdachte wegwijzers in de meidagen van 1940: ‘Mannen met zonnebrillen waren al helemaal niet te vertrouwen, en was dat reclamebord voor Persil geen richtingwijzer voor de Duitsers? Het was teveel voor de geplaagde zenuwen.’

Het idee dat Persilborden wegwijzers kunnen zijn, leeft kennelijk ook elders in het land.

 

LICHT UIT HET OOSTEN

J.A. Lutz rond 1935 (collectie NIMH)

Reden om mijn onderzoek in oude kranten weer op te nemen en naar andere regio’s uit te breiden, en zowaar: ik vind een artikel in de Sumatra Post van 24 oktober 1940 over de aankomst van vier Nederlandse vliegeniers in Nederlands Indië. Ze komen daar vanuit Engeland om er vliegeniers op te leiden. De kop van het artikel luidt: „Persil” wees den invallers in Holland den weg! De vier worden met naam en toenaam vermeld. Een check op internet levert op dat hun identiteit en functie bekend zijn bij het Nederlands Instituur voor Militaire Historie, die ook over foto’s van hen beschikt. Het zijn niet de minsten: zeker twee zijn er na de oorlog doorgegroeid in hoge militaire functies, terwijl een van hen, F.J.A. Lutz, een gedetailleerd dagboek bijgehouden dat op de site van Het Geheugen staat, een subsite van Delpher. Soms moet het licht van ver komen.

 

PERSILBORDEN EN PERSILMEISJES

Wat staat er in het artikel? Ik citeer: ‘De officieren deelden aan de ,Javabode” mede, dat tijdens den inval bleek, hoe de Duitschers profiteerden van de “Persil”‘-reclame, welke de opmarschrichting aanduidde. De richtingwijzers van den ANWB waren verwijderd, doch borden met reclame voor de zeepmerken “Imi” en “Ata” wezen den vijand den weg. Bovendien had vrouwelijk personeel van ‘Persil’ kort vóór den inval in Zeeland – en vermoedelijk ook wel elders – tal van personen bezocht, zoogenaamd om reclame te maken, doch in werkelijkheid om te zien of er uniformen aan den kapstok hingen én daarna door een speciaal teeken met krijt op de deur aan te geven, of er al dan niet militairen in het betrokken huis woonden.’

 

Er staat ook nog andere informatie in over de Duitse inval, met name over de verovering van de kazematten in de Maaslinie, maar deze zijn in dit verband niet relevant. De inhoud van het artikel bevestigt zowel de verklaring van de cartograaf als de tekst van het bijschrift in Signaal. Nieuw is de dubieuze rol van Persil-dames. Dat komt ook ter sprake in het dagboek van Lutz, maar in andere bewoordingen: ‘(Vlissingen, 13 mei) ‘s Morgens zijn ze langs de deur gekomen om de krijttekens voor de Duitse parachutisten te verwijderen, die de Persil-juffrouwen op de muur naast de deur hadden aangebracht.’

Artikel uit de Sumatrapost van 24 oktober 1940

De formulering duidt op directe waarneming, waarbij het woord deur staat voor alle deuren in de buurt van het Lutz’ huis, in tegenstelling tot het vervolg van deze alinea die berust op horen zeggen: ‘Ook wordt melding gemaakt van vergiftigde cigaretten (Broches), sigaren (Huifkar), bonbons, taartjes, terwijl ook allerlei teekens op bruggen enz. worden aangetroffen. Wij beseffen met een reusachtige organisatie te doen te hebben, die niet terugdeinst haar toevlucht te nemen tot minderwaardige praktijken en verraad.’

Het bericht over de Persilborden uit de Sumatrapost verschijnt een half jaar later ook in twee andere kranten in de Oost, het Bataavsch Nieuwsblad van 21 mei 1941 en  de Indische Courant van 23 mei 1941, die beide teruggrijpen op een artikel in het tijdschrift Nederlandsch-Indië, het orgaan der Vaderlandsche Club, dat tot dusver echter niet kon worden teruggevonden. De overdruk van het artikel uit het Bataavsch Nieuwsblad is rechtsonder afgedrukt.

 

PLAATSING IN DE RUIMTE

Als het waar is wat Lutz zegt, hoe moet men zich dan de plaatsing van die borden in de openbare ruimte voorstellen? In het bijschrift bij de foto’s in Signaal was alleen sprake van een aanblik vanuit de lucht op borden die kennelijk in weilanden stonden en waarvoor boeren betaald kregen. Bij Lutz is sprake van ANWB-borden op kruispunten van wegen die zijn vervangen door IMI- en ATA-borden. Lutz c.s. rapporteert iets wat niemand voor of na hem ooit heeft gerapporteerd. Als vliegeniers ze vanuit de lucht kunnen zien, dan voor burgers op de grond toch zeker! En toch heeft niemand het erover! Vreemd.

 

Bronnen:

  • Provinciaalse Zeeuwse Courant van 25 april 1990
  • Sumatrapost van 24 oktober 1940
  • Bataavsch Nieuwsblad van 21 mei 1941
  • Indische Courant van 23 mei 1941
  • https://geheugen.delpher.nl/ – invoeren: Dagboek F.J.A. Lutz, deel 1

Wordt vervolgd…….

N.B. Hebt u onderzoekssuggesties of andere op- en aanmerkingen, stel u dan met mij in verbinding: willemkurstjens@gmail.com

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn aangegeven met *

Plaats reactie