Willem Kurstjens schreef een achtdelig verhaal over het Tegelen in de Tweede Wereldoorlog. Dit aan de hand van reclameborden van het merk Persil, die de Duitse soldaten de weg door Tegelen moesten wijzen.

Heb je andere onderzoeksuggesties of op- en aanmerkingen, laat dit dan vooral weten aan Willem (willemkurstjens@gmail.com).

 

Deel 1 – door Willem Kurstjens

Onlangs kreeg ik een mail van Jan Brauer, dr. Jan Brauer sinds een paar jaar, nadat hij is gepromoveerd op een studie over de Limburgse grensstreek voor de Tweede Wereldoorlog, Over de grens getiteld. In dat informatieve en leesbare boek beschrijft Jan wat de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland in onze contreien teweegbracht. Nu is hij bezig met een onderzoek naar de Duitse overval op de Maasbruggen in Roermond en Gennep op 10 mei 1940. HIj vroeg mij of ik wist dat Duitse soldaten in Tegelen op die dag met behulp van Persil-reclameplaten hun weg naar de oever van de Maas hadden gevonden.

Hij sloot twee proces-verbalen bij die hij in het archief van Roermond had gevonden.

Huis aan de Kaldenkerkerweg met op de rechterzijmuur de Persilreclame (trucagefoto, Willem Kurstjens)

Het eerste proces-verbaal was dat van een gesprek tussen H.J. Vissers, officier-fiscaal (nu zouden we zeggen speciale aanklager) te Roermond en een zekere J.W.C. Verheijden uit Baarlo op 29 augustus 1948. Verheijden had voor de oorlog in Duitsland gewerkt als chemigraaf (= iemand die in koper of zink etst met chemische procedés) en zich onder andere beziggehouden met het ontwerpen van Duitse stafkaarten. Vissers vroeg Verheijden of hij iets wist van het gebruik van merknamen op die kaarten, zoals van de schoenencrème Erdal. Ja, dat wist Verheijden wel, alleen niet voor Erdal, maar voor Ata en Persil. Ook kwamen er op deze kaarten letters, cijfers en pijlen voor, zoals B.J.C. voor de Maasbrug in Roermond. Net als Jan Brauer nu probeerde Vissers destijds een beeld te krijgen hoe die overval had kunnen plaatsvinden.

Het tweede proces-verbaal was van de hand van Jan Hendrik Boschker, hoofdagent van politie in Tegelen en onbezoldigd rijksveldwachter. Hij had van dezelfde officier-fiscaal een verzoek gekregen voor meer informatie over het gebruik van reclameplaten in de meidagen en bracht daarvan op van 7 mei 1948 verslag uit. Kennelijk had Vissers gehoord dat Boschker ter zake deskundig was. Boschker schreef hem uitvoerig over het gebruik van twee Persil-reclameplaten als wegwijzer voor de Duitse troepen. Het ene was aangebracht tegen de gevel het huis Op het Veld op de Kaldenkerkerweg en de andere tegen de zijgevel van het pand Oehlen aan de Sint Martinusstraat.

Het eerste bord liet iemand zien die een stuk stof omhoog hield met als opschrift: Niet nieuw maar gewassen met Persil, met het gezicht naar het westen en de hand zo ver mogelijk naar het noorden, waar een onbeduidend landweggetje was. Toen de Duitsers tijdens de inval van 10 mei op de Kaldenkerwerkweg op een betonversperring stuitten, waren ze dat landweggetje ingeslagen voor een omtrekkende beweging.

Het pand Oehlen op de hoek Grotestraat-Martinusstraat (archief fotografie Jan Oehlen, trucagefoto, Willem Kurstjens)

Het tweede bord toonde iemand met een bus schuurmiddel in de hand die deze persoon zo ver mogelijk naar links uitstak. Toen op 10 mei een Duitse tankbemanning het spoor in het centrum van Tegelen bijster was en vanaf het Wilhelminaplein terug naar Venlo wilde rijden, viel hun oog op dit bord en sloegen zij deze straat in. Het was op dat punt de snelste weg naar de Maas.

Boschker was ervan overtuigd dat deze gebeurtenissen zonneklaar wezen op het gebruik van deze reclameplaten als wegwijzers en vermeldde ook dat de politie verschillende van dit soort platen in Tegelen had weggehaald. Hij schreef echter ook dat hij, aangezet door geruchten die in Tegelen de ronde deden, op de dag van de inval Duitse soldaten en officieren in hun kwartieren had opgezocht en had gevraagd naar het gebruik van merknamen en merktekens op stafkaarten, maar dat zij hierover niets bleken te weten. Dit had hem niet tot andere gedachten gebracht.

Reclameplaat van Persil dat overduidelijk als richtingwijzer zou kunnen dienen. Origineel uit 1920.

WIE WAS BOSCHKER?

Was Jan Hendrik Boschker een fantast? Daarover is niets bekend. We weten maar weinig van hem. Plaatselijk genealoog Hans Bos wist me alleen te vertellen dat hij in 15-5-1895 in Lichtenvoorde is geboren en was gehuwd met de drie jaar oudere Wilhelmina Theodora Rutjes uit Zeddam. Hij was eerst politieagent in ’s Hertogenbosch waar twee kinderen werden geboren en daarna in Tegelen, waar nog vier kinderen ter wereld kwamen. Hij overleed op 24-2 1963 in Tegelen. Dialectauteur Carel Ververs schrijft in zijn boek Versjot geej mich nag? dat Boschker in de loop van de jaren dertig naar Tegelen kwam en ging wonen in het huis van veldwachter Gartsen. Samen met Vuren, Valkenburg, Wienemuller en Van Hinthem behoorde hij tot een nieuwe generatie wetshandhavers, minder veldwachter, meer politieagent. Wat het verschil precies was, zegt hij niet. Wel schrijft hij nog dat  Boschker goed kon schaatsen. Daarmee kon je een potje breken bij Carel, die zelf dol was op schaatsen,

 

PLAKKATEN EN BORDEN

Boschker heeft het in zijn proces-verbaal over reclameplaten of plakkaten. Deze zijn gemaakt van dik papier of karton en worden met lijm aangebracht op een muur of een houten bord, zoals dat o.a. gebeurt met verkiezingsaffiches. Over het tactisch gebruik van zulke plakkaten in oorlogstijd is bij mijn weten niets bekend. Dat ligt anders voor reclameborden van emaille. Over de achterkant van deze borden heeft dr. Lou de Jong het in zijn boek De Duitse Vijfde Colonne in de Tweede Wereldoorlog, maar alleen met betrekking tot België en Frankrijk. Voor België vermeldt hij daar aan de vooravond van de oorlog van 1914 het gerucht ging dat Vijfde Colonnisten tekens hadden aangebracht aan de achterzijde van reclameborden van het merk Pacha, fabrikant van cichorei. Voor Frankrijk vermeldt hij dat daar in augustus 1914 het gerucht ging dat de ten dele met Duits kapitaal werkende firma Maggi de Franse bevolking wilde vergiftigen met melk én aan de achterkant van haar reclameborden langs Franse wegen geografische aanwijzingen voor het Duitse invasieleger zou hebben aangebracht. Vele ‘Maggi’-winkels werden geplunderd en in brand gestoken. Ook gelastte de Franse regering op 18 augustus 1914 de verwijdering van alle Maggi-reclameborden. Dat gebeurde ook in België. Het uit Frankrijk komende bericht over de Maggi-borden leidde er in Londen toe dat daar ‘schroevendraaier-groepen’ gevormd werden om de achterzijde van alle emaillen reclameborden te inspecteren. Ook Pascha-borden werden aan de achterkant onderzocht op geografische aanwijzingen die daar door Vijfde Colonnisten waren aangebracht. Volgens De Jong is het allemaal onzin. Hij wijt dit en andere verdachte tekens in het landschap aan overspannen angstfantasieën: voor hem waren het irreële ‘bewijzen’ waaraan de emoties behoefte hadden.

Deel 2 vindt u hier.

Wordt vervolgd…….

 

Bronnen: Jong, de L.: De Duitse Vijfde Colonne in de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 1953), p. 319 e.v.

N.B. Hebt u onderzoekssuggesties of andere op- en aanmerkingen, stel u dan met mij in verbinding: willemkurstjens@gmail.com)

2 reacties

  1. Hallo Willem,
    Volgens mij woonde de familie Boschker op de hoek ST. Josephstraat-Paul Guillaumestraat.

    Groet, Martijn Jentjens

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn aangegeven met *

Plaats reactie