De klok aan de Grotestraat in Tegelen speelt een (kleine) rol in een bijzonder verhaal. Enkele jaren geleden plaatste de Heemkundige Kring een verhaal over de klok aan de Grotestraat. Wanneer kwam zij er en wanneer verdween de klok weer. Aanleiding was het terugplaatsen van de klok op de bekend plek op de hoek Grotestraat/Spoorstraat. Maar deze klok speelt ook een, weliswaar kleine rol, in een opmerkelijk verhaal. Jos Wolbertus schreef onderstaande verhaal uit. 

Berlijn dertiger jaren. Bron: Bygonely.com

Het is 1931. In een kleine Berlijnse bioscoop werkt een jong meisje als chocoladeverkoopster. Haar collega’s weten eigenlijk weinig over haar leven. Stil en bescheiden roept zij in de pauze tussen de voorstellingen: “Pepermunt, chocolade, zure drop”, en even stil en bescheiden gaat zij na de laatste voorstelling naar huis.

Deze uit Hongarije afkomstige Else Lint – althans, zo noemt ze zich – leidt echter een dubbelleven. Een dubbelleven dat veel geld kost. Een leven waar niemand weet van heeft. Na haar werk verblijft Else graag in luxe gelegenheden, waar ze zich onder de rijken van Berlijn mengt.

Maar geld is juist iets wat zij niet heeft. En zo wordt de jongedame een dievegge.

In 1933 duikt haar naam weer op. Maar nu niet in de wereldstad Berlijn, maar in Tegelen. De politie in Tegelen heeft haar, samen met een jongeman uit Amsterdam, gearresteerd in verband met de diefstal van enkele wollen dekens uit een “logement” in Venlo, waar zij logeerde. Geen schokkende zaak, en de Tegelse dienders besluiten dan ook om haar over de grens te zetten. De man wordt teruggestuurd naar Amsterdam. En zo belandt Else Lint, die ook de naam Strohmann gebruikt, in Kaldenkirchen.

Daar laat de oplichtster haar oog vallen op de uit Keulen afkomstige Johanna Benck. Johanna wil naar Eindhoven, maar mist de officiële aanstelling van het gezin waar zij wil gaan werken. In Kaldenkirchen wacht zij op het benodigde formulier om de grens over te kunnen.

Beide dames komen in gesprek. Else Lint stelt Johanna voor om in het ziekenhuis te overnachten. Johanna gaat hier echter niet op in en verblijft die nacht in een hotel in Kaldenkirchen.

Op deze plek wachtte Johanna Benck tevergeefs op Else Lint.

De volgende dag ontmoeten de twee vrouwen elkaar weer. Else Lint vertelt Johanna dat zij wel een weg weet naar Tegelen zonder dat de douaneambtenaren daar iets van merken. Ook vertelt ze dat ze familie in Venlo heeft wonen die Johanna graag naar Eindhoven willen brengen. Johanna gaat op het aanbod in en geeft Else Lint nog een hoed en mantel zodat zij er iets toonbaarder uitziet. Als dank daarvoor wil Else de zware koffer van Johanna wel de grens overdragen. Aan de grens aangekomen wordt afgesproken dat eenieder alleen de grens overgaat om zo de pakkans te verkleinen. Ze zullen elkaar weer ontmoeten bij de klok aan de Grotestraat/Spoorstraat in Tegelen.

Uren later treffen voorbijgangers een snikkende Johanna bij de klok aan de Spoorstraat aan. Op vragen vertelt Johanna het hele verhaal en dat ze nu al uren wacht op Else Lint. Deze heeft zich echter, na afscheid te hebben genomen aan de illegale grensovergang, niet meer laten zien. De politie wordt gewaarschuwd en Johanna vertelt nogmaals het verhaal en beschrijft de vrouw waarmee ze de grens zou overgaan. De politie herkent in de omschrijving de vrouw die zij enkele dagen eerder hadden opgepakt in verband met het stelen van de wollen deken. Een zoektocht wordt uitgezet en in de middag wordt de vrouw in de buurt van het station in Tegelen aangetroffen en gearresteerd.

Arnoldushoeve waar Else Lint wat te eten krijgt van de zusters.

Else Lint verklaart dat ze in de Tegelse bossen haar oude kleren had weggegooid en met kleding uit de koffer van Johanna Heck had voorzien. Daarop was ze naar de Arnoldushoeve in Belfeld gelopen en had daar bij de zusters gegeten. Ze was nu op weg naar het station om de trein naar Amsterdam te pakken.

Wat de Tegelse politie op dat moment nog niet weet is dat de man van Else Lint, de heer Stroohm, al eerder in Amsterdam is opgepakt wegens smokkelaarderij. Na uitzetting naar Duitsland bekent hij in de gevangenis ook de roof van de edelstenen in Berlijn die hij samen met zijn vrouw, Else Lint dus, heeft uitgevoerd. Na deze bekentenis is Else Lint bang dat ze snel zal worden opgepakt en besluit Duitsland te ontvluchten. Vanwege de angst om in Duitsland te worden berecht bekend zij de roof aan de Tegelse politie.

Else bekent meteen wat ze gedaan heeft, maar dan komt er een ander verhaal op tafel. Ook bekent zij dat zij in 1931 een Joods echtpaar van een gouden doos met diamanten heeft beroofd. Een doos ter waarde van 250.000 Reichsmark. Ter vergelijking: het gemiddeld jaarloon in Duitsland bedroeg in 1933 ongeveer 2200 Reichsmark. De politie denkt dan ook dat zij een grote vis te pakken hebben. Althans.

Ook de Duitse politie wordt ingeschakeld en verhoort de 30-jarige dame. Zij verklaart dat ze in 1931 samen met ene K., terwijl haar man bekend heeft dat hij dit samen met zijn vrouw Else Lint gedaan heeft, diamanten heeft gestolen ter waarde van een kwart miljoen Reichsmark.

Verder vertelt ze dat zij dat moment getrouwd is met de Amsterdammer Strohmann[1]. Hij is het die een gedeelte van de diamanten doorverkoopt en naar Nederland vertrekt. Else Lint gaat terug naar haar woonplaats Kattowice. Een maand na de roof verhuist zij eveneens naar Amsterdam en begint het echtpaar een ijzerwarenwinkel in de Jodenbreestraat. Naar verluidt wordt er een beloning van 5000 Reichsmark uitgeloofd voor het oplossen van de diamantenroof.

In maart 1933 verlaat Else haar man. Hij zit op dat moment in een Duitse gevangenis wegens smokkel. Else trekt door Nederland en maakt zich schuldig aan oplichterij en diefstal, waaronder ook de genoemde wollen dekens.

Else wordt overgedragen aan de officier van Justitie in Roermond en beschuldigd van roof en oplichtingspraktijken.

Echter, in Berlijn rijzen vragen. Er is in 1931 geen melding van een diamantenroof te vinden en ook geen aangifte van een Joods echtpaar. Heeft Else Lint dit hele verhaal uit haar duim gezogen, en zo ja, waarom?

Talloze kranten in zowel Nederland maar ook in Duitsland plaatsen het verhaal. Sommige met een korte mededeling, andere weer een uitgebreid verhaal. Maar in geen enkele krant is het vervolg te lezen.

Jos Wolbertus

[1] Ook de naam Stroohm wordt vermeld