In dit artikel geven we informatie over bedrijven in Duitsland, waar veel Tegelenaren werden ingezet.
De verhalen over de Tegelenaren in Arbeitseinsatz zijn samengesteld door Sjeng Ewalds en Jos Wolbertus.
Mocht u informatie hebben over uw familielid of anderen betreffende arbeidsinzet dan horen wij dit graag via info@hktegelen.nl
Tegelenaren werden ingezet in een groot aantal bedrijven in Duitsland. Bij enkele bedrijven werkten een groot aantal Tegelenaren. De verhalen hiervan zijn hieronder uitgewerkt.
- Bedrijven die we niet kennen
- Zuckerfabrik Grosz Mahner in Salzgitter waar 7 Tegelenaren werden ingezet
- Krupp Essen, een kleine Tegelse kolonie waar 24 Tegelenaren te werk werden gesteld
- Henrichshütte Hattingen, gelokt door hoge lonen
- Tuchfabriek – de Rheinlandse lakenfabriek
1.- Bedrijven die we niet kennen
We missen nog veel verhalen. Zo zijn diverse Tegelenaren ingezet bij bedrijven die we nu niet meer kennen. De lijsten die het Nationaal Archief op haar website heeft gepubliceerd inzake arbeidsinzet zijn veelal opsommingen van bedrijven met hun “medewerkers” waarvoor een bijdrage aan de Krankenkasse, de ziektekostenverzekering, is betaald. Veel van deze lijsten zijn opgesteld door de ambtenaren in de omliggende gemeentes. Helaas zijn bij de namen van de bedrijven, buiten de bedrijfsnaam, geen verdere gegevens bekend. Daardoor lopen ook wij vast. De genoemde namen hieronder staan op lijsten van de gemeente Mönchen Gladbach en Kempen. Dat wil niet zeggen dat de bedrijven hier gevestigd waren, Vele dorpen rondom Mönchen Gladbach en Kempen horen hier ook bij. En als er geen vestigingsplaats bij staat is het erg lastig zoeken. Daarbij komt ook nog dat het veelal kleine bedrijven zijn die vaak niet meer bestaan. Onderstaand wat namen van bedrijven waarvan we weten dat er Tegelenaren zijn ingezet voor de Arbeidseinsatz in omgeving Mönchen Gladbach en Kempen, maar we weten niet precies waar. Mocht u naar aanleiding van deze lijst meer informatie hebben horen we dat graag.
- Hendrix Peter L, 29.07.1910, onbekend bedrijf Mormels
- Hendricks Peter Johannes, 26.02.1900, onbekend bedrijf Güsken
- Hendricks Hendrick, 13.09.1876, onbekend bedrijf Leyendecker
- Hendricks Anton, 10.07.1907, onbekend bedrijf Leyendecker
- Hekkens M., 23.06.1911, onbekend bedrijf Van Boxtel
- Horck van Christiaan, 16.02.1902, onbekend bedrijf Sander
- Hovens Jakob, 08.03.1924, onbekend bedrijf Hovers
- Hovens Ch., 19.03.1914, onbekend bedrijf Pegels
- Linssen Anne, 12.01.1923, onbekend bedrijf Wefers
- Leenen Johannes, 30.01.1916, onbekend bedrijf Kreuzburg
- Leenen Peter, 13.12.1919, onbekend bedrijf Kothen
- Post Willem Hendrik, 29.10.1923, onbekend bedrijf Hurtz
- Weber Gerhard, 27.11.1922, onbekend bedrijf Hoeveler
- Zo staan er nog verschillende namen bij andere “Kreisen” van Tegelenaren die ingezet zijn om de Duitse industrie op gang te houden maar waarvan onduidelijk is waar zij zich precies bevonden.
2.- Zuckerfabrik Grosz Mahner in Salzgitter

Suikerfabriek Grosz Mahner, Salzgitter. Bron: Beitrage zur Ortgeschichte, Leuschner, Lux, Müller,Schmidt
Bij de namenlijst in het nationaal Archief over de arbeidsinzet bij deze fabriek staan bij haar naam diverse documenten met namen van mannen uit Tegelen. Hoewel er aan deze kant van de Maas geen kerkrazia’s plaatsvonden, staan er toch 7 Tegelenaren op deze lijst. Mogelijk waren zij ondergedoken aan de andere kant van de Maas of waren zij in de regio, of toch in Tegelen, op 7 of 8 oktober opgepakt. Wie waren deze Tegelenaren?
- George RM van Basten Batenburg *18-02-1924 Kasteellaan 4 Tegelen Ongehuwd
- Eugene OHM van Basten Batenburg *07-03-1926 Kasteellaan 4 Tegelen Ongehuwd
- HHJ op het Broek *18-08-1899 Gasthuisstraat 56 Tegelen Gehuwd, 5 kinderen
- Peter Paulus Lücker *06-10-1894 Hoogstraat 4 Tegelen Gehuwd, 4 kinderen
- Lei Huys *25-11-1926 Spoorstraat 74 Tegelen Ongehuwd (zie ook het Persoonlijk verhaal 23.)
- Theodorus Schell *02-10-1891 Steylerstraat 48 Tegelen Gehuwd, 5 kinderen
- Jac.Hub Schell *28-11-1924 Steylerstraat 48 Tegelen Ongehuwd.

Bron: Nationaal archief
Verder vinden we nog op de arbeiderslijsten van de fabriek:
– Hendrik G ter Brok *17.06.1889.
Een brief is van het “Deutches Roter Kreuz” (DRK) aan het Nederlandse Rode Kruis (NRK). Het blijkt dat zij te werk gesteld waren bij de “Zuckerfabrik” in Gross-Mahner bij Sallzgitter. Dat ligt onder Braunschweig bijna 400 km van Tegelen verwijderd. Op de lijst staan in totaal 150 namen. Deze mannen zijn 8-10-1944 opgepakt bij de kerkrazia’s aan de overkant van de Maas in Noord en Midden-Limburg. Het vertrek was zo gehaast verlopen dat ze onvoldoende kleren mee konden nemen. In een eerste document in het Nationaal archief vraagt het Duitse Rode Kruis het Nederlandse Rode Kruis om de familieleden in te lichten over hun verblijfplaats en doet het verzoek om kleren en levensmiddelen op te sturen.

Namen van Tegelenaren die op de suikerfabriek onder erbarmelijke omstandigheden hebben gewerkt. (bron Nationaal archief)
De Kerkrazia’s in Noord en Midden Limburg in het najaar van 1944 staan uitvoerig beschreven in het boek van Fred Cammaert uit 1996 met de titel “Sporen die bleven”. Achter in het boek staan de namenlijsten van gedeporteerden uit de diverse dorpen. Er staan 150 namen in de brief van het DRK. Zij komen uit Sevenum 51, Grashoek 46, Helden 17, Helenaveen 8, Deurne 8 en nog enkele dorpjes.
George was dus samen met zijn jongere broer Eugene van Basten Batenburg. Eugene is 11-6-2020 overleden in Beegden. Van de familie Schell waren het vader en zoon.

George van Basten Batenburg (Nationaal Archief, collectie Indische Paspoorten)
Een tweede document is van de “Oberbürgermeister” in Watenstedt-Salzgitter aldaar met een lijst met namen van tewerkgestelden in de suikerfabriek gedurende de oorlog. Daarin staat dat zij van 13-10-1944 tot 28-11-1944 “Beschäftigt” waren op de suikerfabriek. Waar zij in de maanden erna te werk gesteld waren, kunnen we niet uit de papieren halen.
Een derde document meldt dat George van Basten Batenburg in het ziekenhuis (Städt.Krankenhaus Drütte im Über-Braunschweig) is opgenomen geweest van 25 tot 30-12-1944. De reden waarvoor staat helaas niet vermeld. Na een week kon hij blijkbaar weer terug naar zijn werk.
Op bladzijde 199 tot en met 201 beschrijft Cammaert in zijn boek het leven in de suikerfabrieken rond Salzgitter.
De eerste indrukken bij aankomst in Gross-Mahner waren vreselijk. We zagen daar Russen, Polen en Italianen, gehuld in lompen en met opgezwollen ledematen. Ze zagen er miserabel uit, geheel vermagerd en verarmd. Het merendeel kwam terecht in een smerig, van luizen vergeven barakkenkamp bij de fabriek. Er was vaak luchtalarm, soms gevolgd door bombardementen. Schuilen in Gross-Mahler was uit den boze. Met knuppels sloegen de bazen hun dwangarbeiders uit de bunker, terug de fabriek in. Voor zover zij na de bietencampagne niet werden overgeplaatst, moesten zij de fabriek poetsen en puin ruimen, tot in de verre omtrek. Sommigen moesten bij de gemeentewerken gaan werken, anderen moesten hout kappen in de omringende beukenbossen. De grootste pechvogels werden naar de ijzergieterijen van de Hermann-Göring-Werke gestuurd waar altijd arbeidskrachten nodig waren. Een aantal dwangarbeiders werd naar Polen doorgestuurd.
Rond 12 april 1945 kwamen de Amerikaanse pantsereenheden ter plaatse en was men bevrijd.
Deze zeven Tegelenaren zijn allen weer in Tegelen teruggekeerd.
Velen van hun zullen, na terugkomst, geprobeerd hebben om hun normale leven weer op te pakken. Bekend is dat de meesten niet spraken over deze uiterst ingrijpende ervaringen. Ook voor George van Basten Batenburg is de oorlog nog niet over. Hij vertrekt naar Nederlands-Indië waar hij als reserve luitenant bij het KNIL diende. In 1952 vraagt hij in Indië nog een paspoort aan en wordt als zijn beroep “planter“ genoemd.
3.- Krupp Essen, een kleine Tegelse kolonie
Ook Gerard Adams (30-7-1921 – 12-04-2009) werd voor de arbeidsinzet opgepakt. Zijn bestemming blijkt, volgens bovenstaand document, de gietstaalfabriek van de Firma Krupp te zijn geweest.

Maar Gerhard Adams was niet de enige Tegelenaar die bij gigantische staalfabriek werkte. In de lijsten, beschikbaar gesteld door het Nationaal Archief, vinden wij buiten Adams:
- Beurskens, Peter 19-03-1923
- Bongaarts, Wiel 26-11-1918 (zie ook het Persoonlijk verhaal 7.)
- Bongaerts, Willem 23-11-1922
- Cruysberg, Frits 25-7-1920
- Deinum v, Johannes 14-7-1920
- Dijk van, Mathias 25-3-1917
- Doesborg, Johan 113-1923
- Eijk van, Paulus 1-12-1918
- Faassen, Jakobus 31-10-1915
- Faassen, Johannes 6-3-1924
- Göppel, Jakobus 6-11-1922
- Gubbels, Gerardus 9-10-1920
- Gubbels Hendricus 19-9-1919
- Hendriks, Wilhelmus 4-5-1922
- Holtman, Jakobus 9-4-1923-
- Hovens, Cuno 27-4-1912
- Jansen, Gerardus 10-3-1920
- Jomel van, JJ 15-4-1912
- Joosten, Peter 12-1-1924
- Roermermann, Mathias 18-9-1916
- Saelmans, Stephan 9-1-1921
- Verlinden, Hendrik 28-6-1922
- Verscharen, Jacobus 24-3-1907
- Vervoort, Lambertus 23-11-1922
- Willemsen, Martinus 16-5-1922
Namen en geboortedata zoals geschreven zijn letterlijk overgenomen. Schrijfwijze en geboortedatum personen kan afwijken. Het kwam regelmatig voor dat arbeiders valse namen cq geboortedata opgaven.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden hier in totaal meer dan 35.000 arbeiders ingezet. Van deze 35.000 kwamen er 3005 uit Nederland waaronder dus ook uit Tegelen.
Krupp was al lang betrokken bij de productie van oorlogsmateriaal. Al in 1934 en 1936 bezoekt Hitler de fabriek en de fabriek profiteert hiervan door grote orders binnen te slepen. In 1937 bezocht Hitler, nu vergezeld van Mussolini, de fabriek voor de derde keer.

Arbeiders kregen in het begin een arbeidscontract aangeboden. Men kon kiezen tussen een half jaar of een geheel jaar. Veel arbeiders die het contract uitdienden kwamen niet meer terug. Vertrok men eerder dam de contractdatum aangaf werd dit als “Vertragsbruch”aangezien. Dit gold ook voor Gerard Adams die het zelfs na een dag al heeft gezien.
Al voor de oorlog produceerde Krupp militaire vrachtwagens. In de gietstaalfabriek, waar Adams blijkbaar een dag heeft gewerkt, werden ontstekers voor bommen gemaakt. In 1944 moesten de meeste vaste medewerkers ingezet worden om als soldaat de fronten te gaan bewaken. In plaats van geschoold personeel kreeg Krupp slechts enkele honderden Hongaarse vrouwen toebedeeld.
In 1943 werd de gietstaalfabriek voor het eerst aangevallen. Maar liefst 30.000 bommen vielen op zowel de fabriek alsook op de omringende woonwijken. In totaal is de fabriek 55 keer gebombardeerd. Een derde werd totaal vernield en nog een derde gedeeltelijk. Na de oorlog werd de fabriek grotendeels door de geallieerden ontmanteld.
.

De vernielde gietstaalfabriek van Krupp in 1945. Bron: Bundesarchiv, Essen
4.- Henrichshütte Hattingen, gelokt door hoge lonen

Petrus Berkermann 23.09.1916 van 27.10.1942 tot 08.05.1943

Wordt abusievelijk ingeschreven als Petrus Broekman.

Joep Colbers 05.02.1919 van 23.10.1942 tot 16.11.1942.
Weliswaar in Grubbenvorst geboren maar zijn verdere leven in Tegelen gewoond en overleden

Gerhard van de Heuvel 19.06.1919 van 19.10.1942 tot 01.03.1944
Gerard heeft een jaar in een ziekenhuis in Duitsland gelegen.

Stephanus van de Heuvel 07.08.1923 van 19.10.1944 tot 26.01.1944

Eberhardus Neelen 11.03.1923 van 23.10.1942 tot 14.11.1942

Mathias Neelen 21.04.1921 van 23.10.1942 tot 14.11.1942

Johannes Hendriks 22.04.1922 van 19.10.1942 tot 20.11.1942

Hendrik Roemerman 09.04.1915 Van 27.10.1942 tot 19.11.1942

Gerardus van Rhee 09.03.1922 van 19.10.1942 tot 20.11.1943

Hendrikus Sloesen 29.06.1913 van 19.10.1942 tot 12.09.1943
Deze tien Tegelse mannen zijn een arbeidscontract aangegaan met de firma Ruhrstahl en hebben gedurende enkele jaren gewerkt bij de hoogovens van Henrichshuette in Hattingen. Gedurende de oorlogsperiode worden de voorzieningen en de behandeling van het personeel steeds slechter welk de meeste van de mannen doen besluiten om na “vakantie” niet meer terug te keren naar de fabriek.

De fabriek net voor begin van de oorlog, door de vele bombardementen werd zij voor een groot gedeelte vernietigd. Tegenwoordig is er een museum in gevestigd.
De fabriek: Henrichshuette, Hattingen, onderdeel van Thyssen-Krupp.
Als gevolg van het nationaal-socialistische economische beleid en de start van de wapenproductie steeg het aantal arbeiders in de jaren dertig gestaag. Henrichshütte leverde opnieuw kwaliteitsstaal voor pantserplaten en kanonlopen, en in 1939 begon de bouw van tankbehuizingen voor de Wehrmacht. De vrijwel volledige omschakeling naar wapenproductie vereiste opnieuw uitgebreide uitbreiding en modernisering. Tot de maatregelen behoorde ook de bouw van hoogoven 3, die op 10 oktober 1940 in bedrijf werd genomen.
Kort daarvoor, in augustus 1940, waren de eerste Franse krijgsgevangenen in de Henrichshütte aangekomen om dwangarbeid te verrichten bij de wapenproductie. Daarna volgden Nederlanders, Belgen, Russen en Italianen die in totaal in veertien kampen werden ondergebracht. Hard werken, slechte hygiënische omstandigheden en ontoereikende voedselvoorraden onder de voortdurende dreiging van intimidatie en bestraffing kenmerkten de levens van de meeste mensen.

Luchtfoto Welper Lager. Bron. Archiv Hattingen
De Tegelse arbeiders werden ondergebracht in de Bismarckstrasze, de huidige Marxstrasze in Hattingen in het zogenaamde “Welper Lager”. Het kamp bestond uit 30 barakken en was in eigendom van de Henrichshütte. In tegenstelling tot vele arbeiders mochten de Nederlanders ( uiteindelijk circa 700 in getal) er vrijelijk rondlopen. Vakantie cq verlof werd toegestaan. Echter, zoals ook bij onze Tegelenaren, kwamen velen niet terug naar Hattingen maar bleven thuis of doken onder.

Poster: In de fabriek werden ook stalen bunkers vervaardigd die arbeiders tegen bombardementen moesten beschermen.

Werken in de Henrichshütte. Bron: Zwangsarbeit in Hattingen, Kuhn und Weisz
Vooral in de omgeving van Hattingen is het gebruik van zogenaamde westerse werknemers wijdverspreid. Rond dezelfde tijd als de Franse krijgsgevangenen in 1940 waren ook de eerste ongeveer 80 vrijwillige Nederlandse burgerarbeiders in dienst gekomen. Ook zij waren waarschijnlijk afgekomen op de beloften van goede lonen, uitstekende levens- en arbeidsomstandigheden.
Volkomen verrassend was echter het besef dat buitenlanders niet, zoals over het algemeen het geval aangenomen wordt, ingezet werden bij uitsluitend ondergeschikte activiteiten of hulp- en handenarbeid zijn . Henrichshütte had zelfs zo’n 30 mensen in dienst voor zijn administratieve afdelingen. Nederlandse werknemers, die ook bijzonder geliefd waren vanwege hun hoge positie werden ondergebracht en verzorgd in het eigen huis van de fabriek voor alleenstaanden aan de Welperstraße. Dit kon echter niet voorkomen dat zo’n 30% van deze Nederlanders werknemers zich onttrokken werkopdrachten door te vluchten. Over het algemeen was er een relatief hoge fluctuatie onder de Nederlanders. Regelmatig in de registratiebestanden staat: “Niet teruggekeerd van vakantie.” Aan de andere kant kan er echter ook van worden uitgegaan dat een niet onaanzienlijk aantal van de Nederlandse burgerarbeiders zeer positief waren over het naziregime.
Aan de Heggerstraße 4, was zelfs een partijkantoor van de Nationaal-Socialistische Beweging Nederland (NSB), de zogenaamde Mussertpartij. Het kantoor werd geleid door een Nederlander die sinds 1943 in dienst was bij de Henrichshütte. Het kantoor stond onder leiding van Hermann Ros, districtsleider van de Mussertpartij in Hattingen (Uittreksel uit Kuhn/Weiß, Dwangarbeid in Hattingen, Klartext-Verlag 2003, p.35 e.v.)
Stef van de Heuvel, een van de werkers uit Tegelen, vertelde weinig over zijn verblijf in Hattingen. Wel liet hij zich ontvallen dat ze hem in een van de kampen de tanden uit zijn mond hadden geslagen.
Bron: Jeanne Janssen – van de Heuvel
De toenemende luchtaanvallen in de laatste oorlogsjaren troffen Henrichshütte niet onvoorbereid. Tegen het einde van de oorlog bestond er op het terrein een uitgebreid systeem van bunkers en schuilkelders, ondergrondse communicatieroutes en observatiepunten. Toen Amerikaanse troepen Hattingen op 16 april 1945 bevrijden, was een derde van de fabrieksfaciliteiten verwoest.
Bron:
- LVL Industriemuseum, Hattingen
- Thomas Weisz, stadsarchivaris Hattingen
- Olaf Schmidt, archief Hattingen
- Andreas Zilt, hoofd archief Thyssen – Krupp
5.- Tuchfabriek – de Rheinlandse lakenfabriek

Tuchfabrik Mönchen Gladbach. Bron Archief Mönchen Gladbach
Pierre Göppel (1920–1986)

Pierre Göppel. Bron: bidprentje Heemkundige Kring Tegelen
Pierre Göppel, zoon van Willem Göppel en Johanna Joosten, werd geboren aan de Roermondseweg 26 in Tegelen. Zijn vader was sigarenmaker en verhuisde vanwege zijn werk naar Tegelen, waar hij ook trouwde.
Ook Pierre, officieel Peter Alphonsus Jacobus Göppel geheten, ontkwam niet aan de arbeidsinzet in Duitsland. Wanneer dit precies plaatsvond, is helaas niet bekend.
Pierre werd tewerkgesteld bij de Tuchfabrik Rheinland in Mönchengladbach, gelegen aan de Krefelder Straße. De fabriek was voorheen eigendom van de Joodse familie Cohen, maar werd in 1935 geariseerd[1]. Er werden, ook tijdens de oorlogsjaren, voornamelijk wollen stoffen geproduceerd en afgewerkt. Eind 1972 werd het bedrijf verkocht aan Schwartz & Klein in Jüchen. In 1983 ging ook Schwartz & Klein failliet. Op het hoogtepunt telde de fabriek meer dan 1.000 werknemers.
In 1957 trouwde Pierre met Nelly Nillesen. Het echtpaar ging wonen in het ouderlijk huis aan de Roermondseweg nummer 26. Pierre overleed in 1986.
Pierre was niet de enige Tegelenaar die bij de Tuchfabrik werkte.

Lijst arbeiders Tuchfabrik. Bron: Nationaal Archief
Andries Franciscus Schroemges (1919–2006)
Andries Franciscus Schroemges werd geboren op 19 februari 1919 in Tegelen. Hij woonde met zijn ouders aan de Broeklaan 43. Zijn ouders waren de uit Homberg afkomstige Peter Schroemges en de Tegelse Maria Sloesen. Peter was van beroep sigarenmaker, wat zeer waarschijnlijk de reden was voor zijn verhuizing naar Tegelen.
Andries volgde een opleiding tot lasser. Op 2 april 1946 trouwde hij te Venlo met Katharina Petronella (Käthe) Lamée, afkomstig uit Geldern.
Andries Franciscus Schroemges overleed op 19 november 2006.

Tuchfabrik 1960. Bron Archief Mönchen Gladbach
Met dank aan
- Ilona Gerhards, adjunct-hoofd van het Stadsarchief Mönchengladbach
- Sjeng Ewalds
[1] In Tegelen kennen we NeWeTe, Nederlandse Weverij Tegelen. De weverij van eigenaar Robert Voss uit Mönchen Gladbach werd ook geariseerd waardoor Voss gedwongen werd uit te wijken naar Tegelen.