De eerste “officiële” vlag die je vanaf 1938 aan de Tegelse gevels kon waarnemen bestond uit twee horizontale banen, Rood en wit, van gelijke breedte. Hoewel in diverse publicaties vermeld wordt dat dit een Tegelse vlag zou zijn, klopt dit niet. De vlag was de onofficiële Limburgse vlag. Een andere vlag in Tegelen gebruikt is een zogenaamde defilé vlag, ook twee banen nu geel/goud en rood.

In de carnavalsoptocht van 1981 liepen onder no. 66 vijf dames mee met de Tegelse vlag. Hun aanleiding was de geringe bekendheid van de Tegelse vlag.

Op 29 september 1955 stelde de gemeenteraad, min of meer door de burgemeester voor het blok gezet, een nieuwe vlag vast die als volgt werd omschreven: “Drie horizontale banen van gelijke hoogte en gelijke lengte, van boven naar beneden rood, goud en zwart” een eigen ontwerp, waarschijnlijk op advies van de Bescherming Bevolking Tegelen die advies rijksarchivaris Panhuyzen hadden ingewonnen. Deze vlag was nauwelijks bekend onder de bevolking maar ook niet goedgekeurd door de Hoge Raad van Adel.

De huidige vlag is gebaseerd op een ontwerp van de Utrechtse vlaggendeskundige J.F. van Heijningen. Omdat de voorgaande vlag te veel gelijkenis toonde met de Belgische en Duitse vlag, baseerde hij zijn ontwerp op drie kenmerken: diagonale vlakverdeling, symbool voor Sint-Maarten, die als beschermheilige voor Tegelen geldt. Daarbij is de diagonaal van mastzijde naar buitenzijde oplopend: dit verbeeldt het hoogteverschil tussen Maas en Maasterras. De kleuren zijn hetzelfde als van de voorgaande vlag, aangezien deze verwijzen naar het gemeentewapen. Hierbij verwijzen de kleuren rood en geel naar de grondkleuren van de originele vlag uit 1938 en het gemeentewapen. En de getongde en geklauwde zwarte leeuw verwijst naar de historische band met Gulik. De Hoge Raad van Adel stelde, desgevraagd, dat de Gulikse leeuw centraal op de vlag moest worden geplaatst, van aanzienlijk postuur. Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 30 mei 1991 werd het ontwerp van de nieuwe vlag vastgesteld.