Willem Kurstjens schreef een achtdelig verhaal over het Tegelen in de Tweede Wereldoorlog. Dit aan de hand van reclameborden van het merk Persil, die de Duitse soldaten de weg door Tegelen moesten wijzen.

Heb je andere onderzoeksuggesties of op- en aanmerkingen, laat dit dan vooral weten aan Willem (willemkurstjens@gmail.com).

 

Deel 4 – door Willem Kurstjens

Duitse soldaten poseren op Reichstrasse 59, zo’n 15 km. van de grens. Pi-park duidt op hun legeronderdeel, het zijn Pioniers, geniesoldaten. Bron: Gerard Groeneveld, Nach Holland – de meidagen van 1940 – door Duitse ogen (Zwolle 2018)

In de vorige afleveringen ging het om de vraag van wie de Persil-reclameplaten die volgens hoofdagent Boschker op 10 mei 1940 in Tegelen fungeerden als wegwijzers voor de Duitse troepen, afkomstig waren. Een onderzoek in de archieven van de firma Persil bleek onmogelijk, noch het Duitse moederbedrijf noch haar Nederlandse dochter wilden hieraan meewerken. Wel kwam er via internet meer informatie boven water over de persoon van Ernst Johannes Ostermann, de directeur van Persil Nederland in oorlogstijd.

 

VAN HINTHEM

Terwijl de aanvraag naar het CABR-dossier van Ostermann loopt, besluit ik naar het archief in Roermond te gaan om te kijken of zich in de inventaris waarin Jan Brauer de verklaring van hoofdagent Boschker heeft gevonden nog meer informatie bevindt over de Duitse inval in Tegelen. Dat is niet het geval. Ik vind alleen nog een begeleidend briefje van adjunct-korpschef  C. van Hinthem bij het proces-verbaal van Boschker.

Het is gericht aan Officier-Fiscaal Vissers te Roermond, die het onderzoek naar de reclameplaten heeft ingesteld. Op wiens verzoek Vissers dat doet is onduidelijk.

Het briefje ontleent zijn belang aan het feit dat juist Van Hinthem het heeft opgesteld. Hij weet namelijk zelf ook het een en ander over de inval van de Duitsers op 10 mei, want hij heeft die kennis ingebracht in het proces tegen Marius Welters voor het Tribunaal in Maastricht in 1948.

Welters was voor de oorlog een bekend Tegels industrieel en politicus. Hij stond op de lijst van de NSB voor de verkiezingen van 1937, maar bedankte als lid na de tegenvallende uitslag, om weer lid te worden na de Duitse inval en anderhalf jaar later NSB-burgemeester van Sittard.

Van Hinthem verhoorde getuigen die Welters op 10 mei 1940 ’s morgens vroeg voor zijn pand aan de Grotestraat – de voormalige bazaar van de firma Lengs – hadden zien staan. Volgens hen plaatste hij zich in de rijbaan van een Duitse motor die uit Venlo kwam en gaf deze een stopteken, waarop de bestuurder stopte en Welters wijzende bewegingen maakte in de richting van Steyl.

Dit gebeurde nog geen vijftig meer van de plek waar volgens Boschker de genoemde Persil-plakkaten hingen, namelijk aan de zijmuur van het pand Oehlen op de hoek van de Martinusstraat. Deze wezen weliswaar niet de weg naar Steyl, maar hadden wel de functie van wegwijzer, zoals Welters zelf. In ruimere zin behoren ze tot de plaats-delict van het vergrijp van Welters. Van Hinthem schrijft er niets over.

Ook schrijft hij er niets over in zijn begeleidend briefje aan Vissers, terwijl hij van het bestaan ervan toch moeilijk niet geweten kan hebben. In een politiecorps van 8 tot 10 mensen kan de ontdekking van de plakkaten door Boschker niet onopgemerkt zijn gebleven. Van Hinthem kiest er kennelijk voor om Boschker niet bij te vallen.

Reclamebord van Persil dat overduidelijk als richtingwijzer zou kunnen fungeren: ‘Geen doorgang! Omdraaien!’

Bij het signaleren van deze plakkaten blijft het echter niet, volgens Boschker zijn ze daar ook weggehaald. Ook dat moet in zo’n klein team besproken zijn. Daartoe moet iemand opdracht gegeven hebben. Ook daarvan moet Van Hinthem geweten hebben. Een geordend en compleet Tegels politiearchief zou misschien uitkomst hebben gebracht. Daarin zouden zich immers alle proces-verbalen en de dagrapporten hebben bevonden, maar helaas, dat is er niet. Er is bedroevend weinig van over, in elk geval geen dagrapporten. Er wordt beweerd dat ze zijn opgestookt.

 

RAADSEL

Het grootste raadsel is evenwel dat het lijkt alsof deze plakkaten – als ze al er zijn geweest – totaal geen rol hebben gespeeld bij de doorkomst van de Duitse troepen, die links en rechts overal de weg vragen. Dit schrijft bijvoorbeeld Wiel Probst van de Grotestraat: ‘Het zal ongeveer half zes zijn geweest, toen we de eerste vijanden zagen: drie soldaten op motor met zijspan, zwaar bepakt, het geweer in de aanslag, zware helmen op en in leren jassen. Het was een vreemde gewaarwording; ze reden gewoon richting Steyl, alsof er geen vuiltje aan de lucht was, wel goed om zich heen kijkend en het geweer in de aanslag, maar ze werden door niemand of niets tegengehouden, en er viel geen schot! Was dat nu oorlog? Er volgde er nog een. Eerst toen een derde zijspan op enige afstand naderde, ontstond er enige commotie. Zij stopten voor onze neus en vroegen de weg naar Steyl. Slager Wiel Dings, die er in een lange bebloede witte jas bij stond, verwees ze naar tegenovergestelde richting, naar Venlo. Zij keerden en reden inderdaad die richting uit. Dat was even spannend, want wat zou er gebeuren als die moffen terugkwamen? De slager vond het blijkbaar ook verstandiger om maar naar binnen te gaan en zich van zijn werkkleding te ontdoen. Later zag ik hem in burger staan, maar wel een beetje achteraf.

En dit zijn oudere overbuurman Jacques Thissen van de fourniturenzaak: ‘Ze (= Duitse soldaten, Willem Kurstjens) vragen beleefd de weg naar de Maas.

Hoofdmeester Julius Verstraelen uit Steyl, die voor zover bekend als enige in de regio vanaf 10 mei 1940 een dagboek de hele oorlogsperiode bijhoudt en een fijne neus heeft voor de kleinste details, schrijft er helemaal niets over.

Kortom: alles wijst op een run naar Steyl en de Maas – zonder Persil-plakkaten.

Wordt vervolgd…….

 

Bronnen:

Probst, W.: Oorlogsherinneringen, in: ‘Rôngsum de kerrik van Tegele’ (typoscript bij mij, Willem Kurstjens)

Thissen, J. : Inval Duitsers op 10 mei 1940 (typoscript bij mij, Willem Kurstjens)

Kurstjens, W. : Tegelen in de Tweede Wereldoorlog (Tegelen 2005), voor verklaring Van Hinthem over Welters

Verstraelen, J.:  Dagboek Verstraelen 10 met 1940-26 juni 1946, bezorgd door zijn zoon Frans (PDF bij mij, Willem Kurstjens)

 

N.B. Hebt u onderzoekssuggesties of andere op- en aanmerkingen, stel u dan met mij in verbinding: willemkurstjens@gmail.com